|
Ecovaproject.org |
|
-> naar een wereld van vrede, vrije tijd & overvloed |
-> een groen alternatief | |
|
nieuws - meewerken - over ons - contact - español - français - english |
|
|||
|
Online boek navigatie hoofdstuk 1 ---------> over het geldsysteemdoelstellingen: mondiale sociale zekerheid hernieuwbare energiehoofdstuk 3C een groene revolutie wereldvoedselvoorziening een ecowereld naar een wereld van vrede, vrije tijd & overvloed conclusies complementair geld extra pagina 2 prosumentenrechten & basisinkomen
|
1. Inleiding
De huidige geglobaliseerde economie, die zichzelf blijft presenteren als een onverwoestbaar schip, strompelt in werkelijkheid van crisis naar crisis (voedseltekort, uit de hand lopende brandstofprijzen, dreigend energietekort, financiële crises, zeer ernstige milieuproblematiek, toenemende armoede, sociale onzekerheid, ...). En terwijl we anderzijds over de technologische, wetenschappelijke en natuurlijke capaciteit beschikken om deze wereldproblemen op relatief korte termijn op te lossen, wordt de mogelijkheid om op die oplossingen over te schakelen beperkt door de aard van het financieel-economisch systeem. Om de mogelijkheden voor een doeltreffende aanpak van de wereldproblemen ten volle te kunnen benutten, werd het ECOVA project ontwikkeld. Het monetaire alternatief van het ECOVA project is gebaseerd op het valideren van de basiseconomie en van het ecosysteem, door de actuele waarde van beide om te zetten in geld. Met basiseconomie bedoelen we het totaal van al het onbetaalde werk waarop de mondiale samenleving en de formele economie draaien. Die basiseconomie vertegenwoordigt ruim de helft van alle economische activiteit. Het valoriseren van de basiseconomie en van het ecosysteem kan onder meer op basis van bestaande wetenschappelijke gegevens.
Valideren van de basiseconomie: enkele referentiepunten * Al in 1965 noemde Gary Becker de niet-werktijd belangrijker voor het economische welzijn dan de werktijd. (Becker kreeg in 1992 de Nobelprijs economie.) (1) * De Noorse socioloog en professor aan de Oxford universiteit, Stein Ringen, beschouwt ook al de activiteiten in de niet-geldeconomie als productie, net zo goed als soortgelijke activiteiten die door de markt worden verricht. In 1996 stelde Ringen dat huishoudens evenveel bijdragen aan de nationale economie als marktinstellingen. (2) * Ook futuroloog Alvin Toffler stelde in Revolutionaire Rijkdom (2006, Uitgeverij Contact, p. 198 - 200), dat de waarde van deze 'verborgen helft' van de economie, die hij prosumenten-economie noemt, ongeveer gelijk is aan de waarde van de formele economie (circa 50 biljoen dollar in 2008). (3) * Het Amerikaanse Salary.com berekende in 2007 dat huishoudelijke taken in Amerika, indien ze zouden betaald worden, op jaarbasis per gezin een gemiddeld bedrag vertegenwoordigen van 138.095 US dollar of 101.500 euro. Volgens deze cijfers zou alleen al de huishoudelijke basiseconomie in de VS overeenstemmen met ruim 115 % van het bruto binnenlands product. (4) * Volgens cijfers van Independent Sector, een verbond van non-profitorganisaties, besteedden Amerikanen in 2000 circa 15,5 miljard uur aan vrijwilligerswerk. In 2006 zou de geldelijke waarde van dit aantal uren vrijwilligerswerk een bedrag vertegenwoordigen van bijna 291 miljard US dollar (18,77 $ / uur) of 2,2 % van het bruto binnenlands product (BBP) van de VS. In België is vrijwilligerswerk goed voor 6 % van het BBP. (5) * De Robert Wood Johnson Foundation, die zich inzet om de gezondheidszorg in Amerika te verbeteren, schat de economische waarde van de informele zorg die door familie en vrienden aan ouderen wordt geboden in de VS op zo'n 200 miljard dollar per jaar. Dat is ruim anderhalve keer zoveel als het bedrag voor gezondheidszorg in de Amerikaanse rijksbegroting. (6) * Dan is er nog de opbrengst van de talloze miljoenen prosumerende boeren, van de toenemende gratis bijdragen aan de formele economie en op het internet, etc... bronvermelding 1. Revolutionaire Rijkdom, Alvin en Heidi Toffler, 2006, Uitg. Contact, p. 198 2. Revolutionaire Rijkdom, Alvin en Heidi Toffler, 2006, Uitg. Contact, p. 198 – 200 3. idem 4. Belga / Nieuwsblad, 03/05/2007, Vrouw aan de haard zou 101.500 euro moeten verdienen. 5. Revolutionaire Rijkdom, Alvin en Heidi Toffler, 2006, Uitg. Contact, p. 226 / Belga / De Morgen, 28/07/2007, Jong CD&V wil staatssecretaris voor vrijwilligers en verenigingen 6. Revolutionaire Rijkdom, Alvin en Heidi Toffler, 2006, Uitg. Contact, p.204
Valideren van het ecosysteem: enkele referentiepunten
"Er moet een middel gevonden worden om een levend bos meer waarde te geven dan een dood." Prins Charles tijdens zijn toespraak in het Europees Parlement op 14 februari 2008 * Een internationaal team van onderzoekers, onder meer van de Cambridge universiteit, berekende dat de totale economische waarde van intacte ecosystemen 14 tot bijna 75 % hoger ligt als ze ongemoeid worden gelaten. Ze bieden onder andere watervoorziening, dienen als natuurlijke koolstofopslagplaatsen, beschermen tegen overstromingen en hebben een grotere toeristische waarde. Een wereldwijd netwerk van natuurreservaten zou volgens deze studie uit 2002 jaarlijks minstens 4.400 miljard US dollar meer opleveren aan goederen en diensten dan wanneer die gebieden worden uitgebaat voor menselijk gebruik (visserij, landbouw, houtproductie). (1) * De Katholieke Universiteit Leuven deed onderzoek naar de economische waarde van bosuitbreiding en berekende in 2004 dat een bos in Vlaanderen 25.000 euro per hectare per jaar kan opbrengen. (2) * Volgens Jasse Cnudde, directeur van de Vereniging voor Bos in Vlaanderen, kan 1 hectare bos tot 70 ton stof opnemen, stof dat anders met alle gevolgen van dien gewoon in de lucht blijft hangen. En uit Amerikaans onderzoek blijkt dat 1 hectare bomen evenveel CO2 kan opnemen als een auto uitstoot die 17.000 km rijdt. (3) * In november 2002 publiceerden de Verenigde Naties het Rapport 'Oceanen, de bron van het leven', waarin ze de economische waarde van de oceanen becijferden op 7.000 miljard euro per jaar. (4) * Volgens de VN-voedsel- en landbouworganisatie FAO en de universiteit van Michigan zou de wereldvoedselproductie met 32 % toenemen als alle boeren biologisch zouden telen. (5) * Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) is er tot en met 2030 circa “10.500 miljard dollar (zo'n 7.000 miljard euro) nodig om energieprogramma's op te starten en te vermijden dat het klimaat ‘onherstelbare schade’ lijdt.” (6) Bronvermelding:
Op die manier kan (voorzichtig) worden afgeleid dat de economische waarde van de basiseconomie en van het ecosysteem samen minstens 120 % van het mondiale jaarinkomen bedraagt wat (begin 2008) overeenkomt met een bedrag van ruim 60 biljoen US dollar of 41 biljoen euro per jaar. Dit is ongeveer 10.000 dollar of 6.887 euro per jaar per hoofd van de wereldbevolking.
Dat geld, dat ECOVA-geld kan worden genoemd, kan worden ondergebracht in een op te richten ECOVA-fonds en onder andere worden gebruikt om een nieuwe mondiale sociale zekerheid te financieren (met gratis gezondheidszorg voor iedereen, kinderbijslag voor alle kinderen, etc...) en om de overgang naar een welvarende en bevrijdende ecowereld mogelijk te maken (met een duurzame, op hightech, zelfvoorziening en hernieuwbare energie gebaseerde economie, wereldwijde biologische landbouw, vrije tijdsbeschikking, etc...). zie hierna: doelstellingen ecova-fonds
ECOVA staat zowel voor Earth Community Value (of de waarde van de mondiale basiseconomie) als voor Ecological Value (of de waarde van het planetaire ecosysteem).
Door die waarden te valideren en om te zetten in geld kan een alternatieve weg worden ingeslagen die in tegenstelling tot de klassieke geldeconomie over een enorm potentieel beschikt om de dringende ecologische, sociale en economische wereldproblemen doeltreffend aan te pakken en om de wereldsamenleving ten goede te transformeren.
positief effect op de loonvorming * Wanneer het ECOVA-fonds de sociale zekerheid financiert, zal die niet meer tot de loonkost behoren. Hierdoor kan die loonkost in de hoge loonlanden beduidend naar omlaag, wat delokalisatie een stuk minder interessant maakt en werkgelegenheid creëert. In lage loonlanden zal het niet loongebonden ECOVA sociale zekerheidsstelsel de onderhandelingspositie van werknemers sterk verbeteren, waardoor de lonen er zullen stijgen. Ten gevolge van deze ontwikkelingen zal de kloof tussen hoge en lage loonlanden afnemen, waardoor welvaart wereldwijd op een eerlijke manier onder alle mensen zal kunnen worden verdeeld.
hernieuwbare energie, biologische landbouw en milieuvriendelijke economie * Door het planetaire eco-systeem te valideren en die waarde onder te brengen in het ECOVA-fonds, worden de ruime financiële middelen gecreëerd die noodzakelijk zijn om wereldwijd volledig over te schakelen op hernieuwbare energie en om biologische landbouw en milieuvriendelijke productie aan te moedigen binnen het relatief korte tijdsbestek dat het eco-systeem ons daarvoor overlaat.
nieuw basis voor overheidsfinanciering * Door de basiseconomie te valideren zal het ECOVA-fonds ook over alle noodzakelijke middelen beschikken om overheden en bestuursorganen van lokaal tot internationaal te financieren. (Men zou zelfs kunnen overwegen om het bestuurswerk en ander sociaal en cultureel kapitaal rechtstreeks te valideren en eveneens binnen het kader van het ECOVA-fonds om te zetten in geld.)
minder belastingen Al deze mogelijkheden van het ECOVA-fonds zullen een grote invloed hebben op de bestaande taksen- en lastensystemen, die voornamelijk kunnen worden getransformeerd in een systeem van ecotaksen, gerelateerd aan de veroorzaakte vervuiling of milieuschade. Door op deze manier over te schakelen op een systeem dat fundamentele en duurzame bijdragen en waarden valideert, terwijl wat schade toebrengt aan de natuurlijke omgeving en het eco-systeem evenredig wordt belast, kan een politiek worden gevoerd die het maken van de juiste keuzes vanzelfsprekend maakt.
duurzaamheid, samenwerking, welvaart, vrede, zelfvoorziening, vrije ontplooiing, vrije tijd... Het ECOVA-valideringssysteem kan zowel op de mondiale samenleving en haar economie in het algemeen als op de financiële wereld, de energiemarkten en het internationale politieke klimaat dat rustbrengend effect hebben dat het mogelijk maakt om een mondiale ontwikkeling in het vooruitzicht te stellen waarin het volledige menselijke potentieel kan worden benut om binnen de draagkracht van het ecosysteem een wereld van relatieve overvloed en welvaart te creëren, die toegankelijk is voor alle bewoners op aarde. Dit betekent dat mensen niet langer beperkt en onderdrukt zullen worden door een door andere mensen gemaakt economisch systeem met een enorme kloof tussen de rijke elite en de arme meerderheid, met een alles bedreigend vernietigend effect op het natuurlijke milieu en het ecosysteem. Dit betekent dat er een einde zal komen aan de daarmee samenhangende uitwassen van uitbuiting, machtsmisbruik, oorlog, geweld, en aan alle maatschappelijke wetten, programma’s, controlesystemen en structuren die de mens in wezen willen limiteren tot zijn bruikbaarheid voor de ‘formele’ arbeidsmarkt. Dit betekent dat er een nieuwe, ditmaal rechtvaardige mondiale economie kan oprijzen, die ten dienste staat van de ontplooiing van alle mensen, die het ecosysteem, het leven en de natuur respecteert, en de ruggengraat vormt van een duurzame, vredevolle mondiale samenleving. Deze nieuwe economie zal zowel mondiaal als lokaal en zelfvoorzienend zijn, en zal zowel ruimte bieden aan het invullen van maatschappelijk en economisch noodzakelijke arbeid als aan een grootschalige ontwikkeling en toepassing van arbeidsvervangende technologie. Deze nieuwe economie zal veel meer steunen op samenwerking dan op concurrentie en samenwerking op alle niveaus van de planetaire samenleving vanzelfsprekend maken. Ze zal uitmonden in een wereld van vrij leren, vrij werken, vrij ontwikkelen, vrije tijd, vrij leven in harmonie met de natuurlijke omgeving.
mondiale samenwerking De realisatie van het ECOVA-valideringssysteem zal een gevolg zijn van de bewuste keuze, inzet en samenwerking van heel veel mensen. Maar in een wereld waarin geld steeds virtueler is geworden, waarin complementaire muntsystemen als paddestoelen uit de grond rijzen, en waarin ‘Linden Dollars’ uit het online game ‘Second Life’ kunnen omgewisseld worden in ‘echte’ U.S. Dollars, kan de stap naar het ECOVA-valideringssysteem niet echt groot genoemd worden… Het ECOVA-valideringssysteem zal uiteraard pas het beoogde effect hebben op de wereldontwikkeling wanneer het op mondiaal niveau is geactiveerd. Dat neemt niet weg dat er ook op verschillende meer lokale of andere, (inter)nationale niveaus ECOVA-initiatieven kunnen worden opgestart. Inmiddels dringt de tijd en is een alternatief noodzakelijk, aangezien het huidige dominante economische wereldsysteem, opgejaagd door het meedogenloze ritme van de rente-expansie tweeling waarmee het wordt gevoed, geen oplossing biedt en die ook nooit zal bieden voor de essentiële ecologische, sociale en economische wereldproblemen. Dat alternatief zal al op de korte termijn andere politieke keuzes noodzakelijk maken, keuzes die het welzijn van de wereldbevolking en de toekomst van de aarde op de eerste plaats zetten, keuzes voor samenwerking aan een echt menswaardige toekomst. _____________________________________________________ Update 22/01/2009. Hoe we interestvrij en schuldvrij ECOVA geld kunnen creëren Het ECOVAproject stelt een monetair alternatief voor om wereldwijd sociale, economische en ecologische zekerheid te creëren. Dit alternatief is gebaseerd op het omzetten van de waarde van de basis- of prosumenten-economie en van het ecologisch kapitaal in legaal schuldvrij geld. De eerste stap zal bestaan uit het creëren van een wettelijk kader voor het scheppen van ECOVA geld. Laat ons om te beginnen aannemen dat er een overeenkomst is om ECOVA geld op mondiaal niveau in te voeren. Dan zou er binnen de Verenigde Naties (VN) een ECOVA bank kunnen worden opgericht met een volmacht om dit schuldvrij geld te creëren. De ECOVA bank zal het geld kunnen scheppen dat nodig is om het ECOVA programma uit te voeren, binnen de grenzen van de actuele waarden van de basiseconomie en het ecologisch kapitaal zoals die zullen worden bepaald door een multidisciplinair team van specialisten. Het ECOVA geld zal worden geplaatst in een ECOVA Fonds dat eveneens binnen de VN zou kunnen worden opgericht, en dat de opdracht zal hebben om het ECOVA programma te financieren. Vanaf het tweede jaar dat dit systeem wordt toegepast, zal de hoeveelheid ECOVA geld die moet gecreëerd worden sterk afnemen omdat die jaarlijks opnieuw zal bepaald worden door rekening te houden met de terugvloeiing van ECOVA geld naar het ECOVA Fonds door middel van een geschikt terugvloeiingssysteem. (zie hierna) Het ECOVA programma zal omvatten:
Financiële, economische, sociale en ecologische impact Op financieel en economisch gebied zullen er in hoofdzaak twee verschillende soorten interactie plaatsvinden:
Een ander belangrijk middel om de behoefte aan steeds nieuwe ECOVA geldcreatie te verminderen, zal de invoering zijn van een direct ECOVA geld terugvloeiingssysteem. Aangezien de productiekosten voor goederen en diensten zullen afnemen dankzij de verschillende toepassingen van ECOVA geld, zal er een marge zijn om een ‘ECOVA-geld TerugvloeiingsHeffing’ (ETH) in de verkoopsprijzen in te bouwen zonder die prijzen te verhogen of de winstmarges te verminderen. Door dit te doen, kan ECOVA geld circuleren en terugvloeien naar het ECOVA Fonds zonder het functioneren van de markt of van de reële economie te verstoren. Een stabiel ECOVA sociaal zekerheidssysteem zal de reële economie beslist veel versterken en er een nooit eerder voorgekomen dimensie van duurzaamheid aan toevoegen. Algemeen gesteld zal ECOVA geld een proces op gang kunnen brengen voor een overgang naar een schuldvrije economie en samenleving. Op sociaal gebied zal een toepassing van dit voorstel ons naar een wereld leiden van zekerheid, samenwerking, gelijke kansen, vrede, vrijheid en voorspoed voor iedereen. En op ecologisch gebied zal dit ons in staat stellen om het ecosysteem te herstellen en om duurzame omstandigheden te creëren voor een volledige ontplooiing van onze mogelijkheden binnen de grenzen van de planetaire ecologische draagkracht.
Rafael Staelens, 20 januari, 2009
Update 15/01/2009. Het ECOVA voorstel: valideren van de basiseconomie en het ecologisch kapitaal via alternatieve schepping van rentevrij en schuldvrij geld Wat het ECOVA-project voorstelt, is de waarde van de basiseconomie en van het ecologisch kapitaal via een alternatieve geldschepping om te zetten in legaal rentevrij en schuldvrij geld. Dat ECOVA geld kan worden ondergebracht in een ECOVA fonds. De input van ECOVA geld in onze samenleving en economie moet gezien worden in een ruime context van heroriëntatie van het sociale, financiële, economische en ecologische beleid en zal gericht zijn op de ontwikkeling van een duurzame mondiale economie die de hele wereldbevolking toegang verschaft tot een welvarend bestaan. Wanneer het ECOVA fonds zoals voorgesteld een alternatief systeem voor mondiale sociale zekerheid zou financieren met schuldvrij ECOVA geld, dan staat daar tegenover dat bestaande belastingen (van lonen, enz.) voor het financieren van de sociale zekerheid kunnen worden afgeschaft. Dit is slechts één voorbeeld van hoe regulier schuldgeld op het sociale level kan wegvallen door het te vervangen door schuldvrij ECOVA geld. Ook ondernemingen zullen hierdoor met minder schuldgeld beter kunnen presteren. De input van ECOVA-ecobonnen zal een enorme groei van de eco-industrie op gang kunnen brengen. En dat is precies de soort van duurzame economische groei die we nu nodig hebben. Dit zal bovendien op de korte termijn wereldwijd veel extra jobs opleveren. Het ECOVA-project kijkt echter ook vooruit en erkent dat we dankzij onze technologische ontwikkelingen naar een quasi jobloze toekomst evolueren. Dit kan uitmonden in een schitterende vrijetijdssamenleving die een volledige ontplooiing van het menselijk potentieel mogelijk maakt en vele nieuwe vormen van economische activiteit zal kennen. Door nu al te kiezen voor een (stapsgewijze?) invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen, kan arbeid optimaal worden herverdeeld zonder grote impact op het inkomen, dient robotisering niet te worden afgeremd en kunnen mens en samenleving zich heroriënteren met het oog op een volwaardig leven in de komende vrijetijdssamenleving. Door ervoor te kiezen een universeel (basis)inkomen te financieren met ECOVA geld, wordt ook op dit terrein een rente- en schuldvrij alternatief naar voor geschoven dat het bestaande schuldgeld waarmee een basisinkomen binnen de formele economie betaald zou worden, kan vervangen en dus kan helpen verdwijnen. Het valideringsprincipe zoals hier voorgesteld, zou ook in andere domeinen van de samenleving kunnen worden toegepast (bestuur, sociale en culturele voorzieningen, onderwijs, etc…), waardoor de behoefte aan schuldgeld verder zou worden afgebouwd. Hierdoor wordt een proces op gang gebracht dat ook een eventuele latere overgang naar een geldarme of geldloze samenleving niet uitsluit. In het algemeen kan worden verwacht dat een evenwichtige input van ECOVA geld een stabiliserend effect zal hebben en kan leiden tot een duurzame, inflatiearme economische ontwikkeling. Mede daarom is het belangrijk te streven naar een mondiale realisatie van dit voorstel. Zonder de basiseconomie en het ecologisch kapitaal zou de formele economie onmogelijk overeind kunnen blijven, zelfs niet voor even. Het ECOVAproject gaat dus ook over het valideren van het voordeel dat de formele economie put uit die basiseconomie en de natuur. Door de ‘verborgen helft’ van onze economie op deze manier op te nemen in onze formele economie, kunnen wij de noodzakelijke ruimte vinden om wereldwijd sociale, economische en ecologische zekerheid te creëren.
Auteur & Copyright: Rafaël Staelens, België
|
____________________________
De basiseconomie omvat onder andere: -huishoudelijk werk, de zorg voor en het opvoeden van kinderen, andere vrijwillige zorgarbeid (of mantelzorg) binnen of buiten het gezin, het zelf herstellen, bouwen of verbouwen van de woning, huisonderwijs, etc…; -vrijwilligerswerk in niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) voor hulp aan de Derde Wereld, aan vluchtelingen, mensen in armoede, in milieubewegingen, binnen het sociale leven, op cultureel gebied, etc…; -zelfvoorzienende activiteiten, initiatieven en gemeenschappen: de al dan niet gemeenschappelijke moestuin, eigen (hernieuwbare) energievoorziening, (elementen van) ecodorpen en ecosteden, de talrijke traditionele zelfvoorzienende ecogemeenschappen in het zuiden, zelf kleding of andere dingen voor eigen gebruik maken, etc… -‘freeconomy’ activiteiten; -gratis literaire, journalistieke, wetenschappelijke, artistieke of gewoon entertainende bijdragen via weblogs, fora, Wikipedia, YouTube, MySpace, etc… -vrije software schrijven; -alle gratis bijdragen die gebeuren onder stimulans (of zachte dwang) en in het directe belang van bedrijven en overheden:
Lees ook in hoofdstuk 4 (klik hier) over nieuwe technologische ontwikkelingen zoals de thuisfabricator.
“Persoonlijk denk ik dat zelfs in de meest geïndustrialiseerde landen het merendeel van het werk niet tot de geldeconomie behoort. In heel wat arme landen bedraagt de geldeconomie zelfs niet meer dan 5% van de totale economie. Ik denk ook dat het meeste onbetaalde werk productief is, terwijl het meeste betaalde werk in werkelijkheid onproductief is. (…) De meeste geïndustrialiseerde producten zouden nooit kunnen concurreren als de ingebouwde intrestfactor (-waarvan sommigen zeggen dat die meer dan 50% van de verkoopsprijs bedraagt-)* niet zou worden gecompenseerd met subsidies doorheen het hele productieproces. Hiermee kom je opnieuw uit bij het fundamentele basisprincipe: de geaccumuleerde intrest komt terecht in de eeuwige speelpot van onverdiend inkomen die in handen is van de geprivilegieerde minderheid; de (intrest) compenserende subsidies worden betaald door de hele bevolking onder de vorm van belastingen. Die vertegenwoordigen een belangrijk deel van de doorlopende middelenstroom van de productieve sector naar de investeringssector.” Terry Manning, directeur van ‘Stichting Bakens Verzet / NGO Another Way’ (Terry schreef ons dit op 5 maart 2009)
* Volgens Sjaak Adriaanse is 30 tot 50 % van de consumptieprijzen pure intrest terwijl de totale kosten voor het laten bouwen van een huis met hypothecair krediet zelfs uit minstens 80% rente bestaan. In het algemeen zal een deel van het intrestgeld vernietigd worden wanneer leningen worden terugbetaald. Maar het grootste deel ervan “stolt ver buiten de regio in de vermogens van de rijksten van de wereld of grote institutionele beleggers, en doet verder dienst als rentemagneet om zonder inspanningen die vermogens te vergroten.” (…) “Ook wie er best warmpjes bij zit, draagt netto nog af aan de rentestroom. Zelfs in het Westen harkt alleen de rijkste 10 procent van de bevolking zó veel rente op vermogen binnen, dat voor hen ook die enorme rentecomponent van de dagelijkse prijzen gecompenseerd wordt”, schrijft Sjaak Adriaanse in ‘Lokaal Geld: geen regio kan zonder’, april 2007. PDF: www.globalternatives.nl/file/324 Hugo Wanner maakte voor LETS vzw Vlaanderen het Rapport LETS Vrijwilligerswerk nieuwe stijl. _____________________________ is een publicatie van de Koning Boudewijnstichting over de nieuwe Belgische wetgeving rond vrijwilligerswerk._____________________________ Over de mogelijkheden van zorgruil in Nederland: Building the civil society – Zorgruil-initiatieven als innovatief element_____________________________
Onderzoeker Pavan Sukhdev, econoom van de Deutsche Bank, berekende in opdracht van de Europese Unie dat de wereldeconomie "meer dan dubbel zoveel aan de verdwijning van het regenwoud dan aan de huidige financiële crisis" verliest. Het verlies van natuurlijke systemen die met de aanhoudende kap van het regenwoud gepaard gaan, komt neer op een jaarlijkse vermindering van natuurlijk kapitaal in de vorm van schoon water en schone lucht ter waarde van 1,5 à 3,5 miljard euro, verklaarde Sukhdev aan de BBC. De Morgen, 11 oktober 2008, 'Wereld verliest meer aan kap regenwoud dan aan crisis'.
|
Deze site bevat de tekst van Het Ecova project. Een monetair alternatief voor wereldwijde sociale, economische en ecologische zekerheid.,
geschreven en gepubliceerd door Rafael Staelens. © 2008 - 2009 :Copyright: Rafaël Staelens, België - contact: ecovaproject@gmail.com